5.2 Stedenbouwkundige hoofdopzet
In het huidige polderlandschap komt een bedrijfsveld, dat in de toekomst mogelijk naar het westen kan worden uitgebreid. Aan de randen, richting de snelweg en de N‑weg, komen grotere bedrijfspercelen, terwijl de kleinere percelen aan de binnenzijde liggen. De percelen zijn georiënteerd richting het polderlandschap en hebben hun voorgevel naar de hoofdontsluiting gericht.
Langs de randen van de volkstuinen en de Hofvlietweg komt een groene bufferzone. De bestaande watergangen worden verbreed en krijgen flauwe oevers voor waterberging en biodiversiteit. Tussen de bedrijfsvelden ontstaat ruimte om de groene structuren met elkaar te verbinden.
De watergang aan de oostzijde kan worden verbreed voor vervoer over water en gekoppeld aan het Rijn-Schiekanaal. Hiervoor kan een kade op de percelen of een openbare kade worden ingericht. Dit sluit aan bij de ambities voor Zero Emissie Stadslogistiek.
De hoofdontsluiting voor autoverkeer sluit aan op de bestaande rotonde. Parkeren en laden/lossen gebeurt op eigen terrein, wat de kwaliteit van de openbare ruimte verbetert.